<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>ICCO Column Marinus Verweij</title>
    <description>De laatste column berichten van Marinus Verweij op ICCO, de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking</description>
    <language>nl</language>
    <webmaster>info@icco.nl</webmaster>
    <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij</link>
    <pubDate>Tue, 18 Oct 2011 00:00:00 +0200</pubDate>
    <item>
      <title>Bedrijfsleven kan ondervoeding niet oplossen</title>
      <description>&lt;p&gt;Ieder mens heeft recht op voedsel. De Nederlandse overheid onderschrijft dan ook sinds jaar en dag het universele &amp;lsquo;recht op voedsel &amp;lsquo;voor elke wereldburger. Maar in het nieuwe beleid wordt te gemakkelijke aangenomen dat investeringen in het bedrijfsleven wel ten goede zullen komen aan de bestrijding van honger. De mensen die honger hebben worden niet eens benoemd in het beleid, krijgen geen stem in het beleid dat erop gericht zou moeten zijn honger af te laten afnemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er zijn veel oorzaken van honger en armoede aan te wijzen: de toenemende bevolkingsgroei, schaarser wordende en ongelijk verdeelde natuurlijke hulpbronnen en ongelijke toegang tot voedsel. Aan die ongelijke toegang en verdeling liggen vaak ongelijke machtsverhoudingen ten grondslag. Het aanpakken daarvan is natuurlijk geen primaire doelstelling van het bedrijfsleven. Daar ligt juist een belangrijke taak voor de overheden, internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daarnaast is voor veel kleine boerenondernemers in ontwikkelingslanden internationale handel niet aan de orde. Zij willen hun producten verkopen op lokale en regionale markten, die een prikkel vormen om te investeren in productievergroting en -verbetering. Voor voedselzekerheid is het van belang juist ook deze schakels in binnenlandse ketens te versterken zodat boeren niet alleen voor hun eigen huishouden produceren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat het bedrijfsleven een belangrijk aandeel heeft in landbouw en voedselzekerheid is duidelijk, maar dan moet vooral het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden worden versterkt en niet louter het bevorderen van de exportmogelijkheden van het Nederlandse en multinationale bedrijfsleven. Zeker als het bedrijfsleven uit het ontwikkelingsbudget wordt gesteund. &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/252</link>
      <pubDate>Tue, 18 Oct 2011 00:00:00 +0200</pubDate>
      <guid>252</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Toekomst nomadische levensstijl</title>
      <description>Wellicht heeft u vorige week dinsdag op &lt;a href="http://www.icco.nl/nl/actueel/nieuwsoverzicht/2508/iccos-marinus-verweij-in-ethiopie-met-een-vandaag" target="_blank"&gt;EenVandaag&lt;/a&gt; gezien dat ik naar Ethiopi&amp;euml; ben geweest met een filmploeg. Daar hebben we het &lt;a href="http://www.icco.nl/documents/20110729%20ocha%20-%20hoa%20humanitarian%20snapshot%2029%20july%202011_0.pdf" target="_blank" title="transitkamp Dollo Ado"&gt;transitkamp Dollo Ado&lt;/a&gt; aan de grens met Somali&amp;euml; bezocht. Dit kamp en de permanente kampen vangen 120.000 Somalische vluchtelingen op. Vanuit de lucht ziet het eruit als een keurige &amp;lsquo;Vinexwijk' met al die symmetrische witte stipjes van de tenten. Eenmaal geland, leer je dat elke tent zijn eigen verhaal heeft. Maar daarover gaat de uitzending van EenVandaag al, hier wil ik het hebben over het gebied rond het kamp.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;p&gt;Vanuit het vliegtuig zie je namelijk ook hoe droog het land rondom het kamp is. En je ziet een gigantische rivier vol water. Die loopt vanuit de hoge gedeelten van Ethiopi&amp;euml; door naar Somali&amp;euml; en mondt daar in zee uit. Er is dus wel water en dat wordt ook wel als drinkwater voor de kampen gebruikt. Maar niet voor irrigatie om grootschaliger landbouw mogelijk te maken. Langs die rivier zie je nu wel een beetje landbouw. Die bestaat echter uit gewassen die als veevoer dienen. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;img class="image_right" src="/documents/hh_12482942.jpg" border="0" alt="" hspace="0" vspace="0" width="240" height="160" align="right" /&gt;Die beide zaken hebben me aan het denken gezet. Want de nomadische bevolking van Ethiopi&amp;euml; doen nu niet aan landbouw. Die zijn getrouwd met hun koeien, kamelen en geiten. En dat maakt hen ook zo kwetsbaar voor droogte. Zij krijgen van de VN al een tijdje voedselhulp, want de lokale productie van voedsel is door de droogte te klein. Van het voedsel van de VN eet het hele gezin plus het vee mee. Je ziet nu ook dat het vee al in behoorlijk verzwakte toestand verkeert, met name de koeien en kamelen die slechter tegen de droogte kunnen dan geiten en ezels. De verwachting is dat er niet eerder dan in oktober regen gaat vallen. Daarom verwachten we ook dat er de komende tijd sprake zal zijn van enorme vee sterfte. Dat betekent dat de bestaanszekerheid van 4-6 miljoen mensen kan wegvallen.&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Tijdens mijn bezoek werd ik vergezeld door David Kamukama van ons regiokantoor in Kampala, Oeganda. Hij vertelde me dat zijn opa ook nog een nomadisch bestaan leidde als veehouder. Zijn vader en hijzelf al niet meer. Die verandering van levensstijl is in Oeganda al lange tijd aan de gang. Ook in Somali&amp;euml; zijn er al groepen die nomadische veeteelt en landbouw combineren. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;De vraag die mij sinds deze reis door het hoofd speelt is hoe lang de nomaden in Ethiopi&amp;euml; hun levensstijl nog kunnen voortzetten. De druk van de klimaatverandering in hun regio, de druk op land en de gewapende conflicten zouden er wel eens voor kunnen zorgen dat ook zij (deels) op landbouw over moeten gaan. Daar zitten natuurlijk twee kanten aan. Het verlies van een bijzondere levensstijl, maar tegelijkertijd een kans op grotere voedselzekerheid voor dit land. Zo zie je dat er altijd iets zal moeten afsterven om iets nieuws te kunnen ontwikkelen omdat externe veranderingen erom vragen. Centraal in dit alles is het begrip &amp;lsquo;weerbaarheid'. Als dan de vraag naar oplossing voor de langetermijn wordt gesteld, dan gaat het om het vergroten van hun weerbaarheid. En daarvoor zijn vast meerdere wegen die naar Rome leiden.&lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/248</link>
      <pubDate>Mon, 08 Aug 2011 00:00:00 +0200</pubDate>
      <guid>248</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Honger in de hoorn van Afrika</title>
      <description>&lt;p&gt;De &lt;a href="http://www.giro555.nl/"&gt;Samenwerkende Hulporganisaties&lt;/a&gt; (SHO) hebben afgelopen maandag besloten om Giro555 te openen voor de actie &amp;quot;Honger in de Hoorn van Afrika'. ICCO heeft momenteel het actievoorzitterschap, dus ik fungeer als actievoorziter. Een dergelijke actie zet dan in een keer je hele agenda op zijn kop. Maar dat is het waard. Ik ben diep onder de indruk van de enorme energie die in heel korte tijd loskomt in de samenwerking tussen de tien organisaties binnen de SHO. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Die energie is heel hard nodig. Droogte met een daaruit voortvloeiende hongersnood is wat we een &amp;lsquo;langzame ramp' noemen. De regio Ethiop&amp;iuml;e, Kenia, Somali&amp;euml; heeft in het najaar van 2010 een slecht regenseizoen gehad. Het regenseizoen van het voorjaar 2011 had dat goed kunnen maken, maar dat is niet gebeurd. Elke tien jaar is het daar onder invloed van &amp;lsquo;la nina' droger dan normaal, maar deze keer is dit effect zeer extreem. Het is de ergste droogte van de laatste 60 jaar. We zien de situatie ook heel snel verslechteren. We gaan uit van een ernstige crisis die nog maanden gaat duren. Grootschalige en langdurige hulp is nodig. Bij 15 procent ondervoeding is sprake van een ramp. Nu is al 23 procent van de mensen ondervoed.Van de kinderen die in de vluchtelingenkampen aankomen is zelfs al 25 tot 50 procent ondervoed. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;U kunt natuurlijk denken dat dit de zoveelste actie is voor deze regio en dat we daar als ontwikkelingsveld nog steeds niets aan hebben kunnen veranderen. Maar dat is niet waar. We hebben sinds de grote hongersnoden in deze regio in de jaren &amp;lsquo;80 van de vorige eeuw &amp;lsquo;early warning systems' ontwikkeld. Daardoor kunnen we veel eerder en beter ingrijpen. We proberen nu vooral te voorkomen dat mensen massaal gaan vluchten op zoek naar water en eten. Want dat brengt een enorme ontwrichting van de regio met zich mee. Daarom zijn de internationale hulporganisaties al sinds eind mei hun activiteiten aan het opschalen. We zijn in deze regio daarnaast al heel lang bezig met voedselzekerheid. We hebben daar lokale en internationale partners zitten die gemakkelijker kunnen opschalen dan bijvoorbeeld in Ha&amp;iuml;ti het geval was. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Een andere, begrijpelijke vraag die ik de afgelopen 24 uur veel heb moeten beantwoorden is waarom een Giro555-actie als heel Nederland op vakantie is. Het antwoord is simpel. Natuurrampen voegen zich niet naar onze vakantieplannen. Onze partners in de regio geven dringend aan dat dit zonder extra hulp een humanitair drama gaat worden. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Ik begrijp ook dat in de Nederlandse samenleving momenteel emoties spelen als &amp;lsquo;het houdt een keer op, we moeten allemaal bezuinigen'. Toch wil ik een dringend beroep doen op die prachtige Nederlandse kwaliteit van solidariteit. Ik heb zelf tien jaar in Afrika gewoond en ken ook deze regio goed. Dit soort natuurrampen zijn niet tegen te houden. Gelukkig kunnen we nu wel veel sneller en beter dan voorheen noodhulp geven. Ik hoop dat de media hun solidariteit met de mensen daar zullen laten zien door u de komende tijd goed te blijven informeren. En ik hoop dat u deze mensen te hulp wilt schieten met uw giften en acties. Onze pers- en publieksvoorlichters en fondsenwervers zitten klaar om u daarbij de helpen. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Voor meer informatie kunt u terecht op de website &lt;a href="http://www.giro555.nl/"&gt;http://www.giro555.nl/&lt;/a&gt; &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/247</link>
      <pubDate>Thu, 14 Jul 2011 00:00:00 +0200</pubDate>
      <guid>247</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Een gepantserde procureur-generaal</title>
      <description>&lt;p&gt;&lt;strong&gt;Ik ben op reis geweest in Midden-Amerika en heb daar veel interessante mensen gesproken. Mensen die de hand aan de ploeg slaan en mensen die op een abstracter niveau nadenken over de toestand en toekomst van hun land. &lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;strong&gt;&amp;nbsp;&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;strong&gt;E&amp;eacute;n ontmoeting wil ik met u delen: Claudia Paz y Paz Bailey (44). Een vrouw waar je diep respect voor moet hebben. Ze is vorig jaar benoemd tot procureur-generaal in Guatemala. Daarvoor werkte ze bij de organisatie ICCPG (= &amp;lsquo;Instituto de Estudios Comparados en Ciencias Penales de Guatemala'), een belangrijke partner van ICCO. Het maatschappelijk middenveld in de regio beschouwt haar benoeming als een belangrijke stap voorwaarts, na vele &amp;lsquo;corrupte' voorgangers.&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;strong&gt;&amp;nbsp;&lt;/strong&gt;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;strong&gt;Claudia &lt;/strong&gt;is advocaat en gepromoveerd in strafrecht en mensenrechten aan de Universiteit van Salamanca in Spanje. Ze is daarnaast professor rechtsgeleerdheid aan de San Carlos Universiteit in Guatemala-Stad. Ook werkte ze voor de Waarheidscommissie, die de mensenrechtenschendingen tijdens de burgeroorlog in Guatemala onderzocht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Iemand dus die weet wat recht en krom is en die deze boekenkennis gedreven in de praktijk wil brengen. Direct bij haar aantreden kondigde ze aan de bezem door het Openbaar Ministerie in Guatemala te zullen halen. Alle Officieren van Justitie worden ge&amp;euml;valueerd. De hoge criminaliteit, straffeloosheid en corruptie op alle niveaus ondermijnen de rechterlijke macht in Guatemala. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Bij ICCPG leerde Claudia al hoe de hazen in Guatemala lopen. Daar onderzocht ze &lt;/p&gt;&lt;p&gt;het functioneren van Justitie en probeerde ze hervormingen door middel van wetsvoorstellen en via de publieke opinie te versterken. Nu werkt ze in het hol van de leeuw. Als dat maar goed gaat.&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;De criminaliteitscijfers in Guatemala zijn schrikbarend hoog. Vanwege het falende justiti&amp;euml;le apparaat nemen veel Guatemalteken het recht in eigen handen.&amp;nbsp;Lynchpartijen komen vaak voor. &amp;nbsp;Vlak voor mijn verblijf in Guatemala werden 27 moorden gepleegd en een Officier van Justitie om het leven gebracht. Drugscriminelen grijpen steeds meer de macht in het land. Het gaat hard tegen hard. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Ik ben geschokt door de corrumperende invloed van de drugshandel in Midden-Amerika. Midden-Amerika ligt op de drugsroute tussen productiegebieden in Colombia en Venezuela en afzetmarkten in de Verenigde Staten. Een spoor van maatschappelijke verwoesting wordt achtergelaten. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Claudia staat onder enorme druk. Niet voor te stellen. Ze vreest aanslagen. Toch strijdt ze door. Ze wil de negatieve cirkel van straffeloosheid en criminaliteit doorbreken. Ze kwam voor ons gesprek in een gepantserd voertuig aangereden. Ze zag er zichtbaar vermoeid uit. Ik realiseer me dat voor zo'n vrouw onze kernwaarden compassie, gerechtigheid en zorg voor de aarde geen inhoudsloze begrippen zijn. Gerechtigheid nastreven betekent in haar geval er voortdurend rekening mee houden dat je eigen leven op het spel staat. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Claudia Paz y Paz, een dappere vrouw die vecht voor vrede in haar land. Een naam om te onthouden. &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/246</link>
      <pubDate>Fri, 10 Jun 2011 00:00:00 +0200</pubDate>
      <guid>246</guid>
    </item>
    <item>
      <title>De voedselcrisis is oplosbaar. Wanneer beginnen we? </title>
      <description>&lt;p&gt;De voedselprijzen rijzen weer de pan uit. Ze zijn nog nooit zo hoog geweest. In 2008 was hetzelfde aan de hand en toen schreeuwde iedereen moord en brand dat dit nooit meer mag gebeuren. Maar prijzen voor basisvoedsel als graan, rijst, ma&amp;iuml;s, sojabonen, melk en suiker zijn opnieuw enorm toegenomen.&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Hoge voedselprijzen leiden tot sociale onrust zo lezen we elke dag in de krant. De rij landen waar voedselprijzen mede debet zijn aan volksopstanden is lang: Kameroen, Ha&amp;iuml;ti, Egypte, Mauretani&amp;euml;, Mozambique, Tunesi&amp;euml;. Thailand, Pakistan. De armsten in het Zuiden kunnen de extra kosten steeds moeilijker opbrengen. Ze besteden zestig procent of meer van hun inkomen aan voedsel en moeten in uiterste gevallen maaltijden overslaan. Wereldwijd leven al meer dan 1 miljard mensen in honger en ieder jaar sterven 40 miljoen mensen aan gevolgen van ondervoeding.&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp;&amp;nbsp; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Nederland en de rest van Europa staat voedsel hoog op de politieke en publieke agenda door de discussies over megastallen, de kwaliteit van voedsel,het inkomen van de gemiddelde boer en het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouw Beleid voor 2014-2020. De Europese Unie moet een positie bepalen met belangrijke gevolgen voor zowel de agrarische sector in Europa als in ontwikkelingslanden Zij is immers een belangrijke speler in de wereldvoedselproductie- en consumptie. Kiest Europa voor oude en vertrouwde oplossingen door te investeren in grootschaligheid en landbouwintensivering? Of komt er daadwerkelijk ruimte voor een duurzame landbouw waarbij ecologische, economische en sociale doelstellingen worden gecombineerd en die goed aansluit bij haar ontwikkelingsagenda?&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;De behoefte aan fundamentele veranderingen in het wereldwijde voedselproductiesysteem &amp;nbsp;is groot. Met het huidige systeem kunnen we in 2050 geen wereldbevolking van 9 miljard voeden. Grootschalige en intensieve &amp;nbsp;productie put de bodem verder uit, vergt grote investeringen en drijft kleine boeren van hun land. Meer productieverhoging heeft ook weinig effect voor de 1 miljard mensen die nu honger hebben, omdat ze onvoldoende middelen hebben om voedsel te kopen of te produceren. Het zijn voor een groot deel kleine boeren in marginale gebieden, die zich gedwongen zien een groot deel van hun productie of zelfs hun land te verkopen voor andere eerste levensbehoeften. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Olivier de Schutter, de speciale &amp;lsquo;recht op voedsel' rapporteur van de Verenigde Naties, pleit voor een andere aanpak. Hij is ervan overtuigd dat de wereldwijde voedselproductie binnen tien jaar kan verdubbelen. Daar kunnen kleine boeren een belangrijke bijdrage aan leveren. Hij toont in een recent rapport aan dat met specifieke landbouwtechnieken &amp;nbsp;de productiviteit in kwetsbare en regenafhankelijke gebieden nog flink omhoog kan. Bovendien werk je zo aan het verdelingsvraagstuk. Gemarginaliseerde &amp;nbsp;boeren krijgen kansen om te produceren voor eigen consumptie en/of voor lokale en regionale markten. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Uit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat de duurzame landbouw in ongunstige natuurlijke milieus zelfs productiever is dan het gebruik van kunstmesten. Ecologische landbouw, zo noemt de Schutter het, &amp;nbsp;is ook een beter antwoord op de gevolgen van klimaatverandering. De bodemvruchtbaarheid wordt verhoogd en ziektes op natuurlijke wijze bestreden. De traditionele landbouw vertrouwt op dure landbouwstoffen die CO2 en methaan uitstoten, gassen die het broeikaseffect versterken. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Sommige landen zoals Malawi, Vietnam, Bangladesh doen al goede ervaringen op met ecologische landbouw, ook in het Westen stijgt de belangstelling ervoor. NGO's zoals ICCO ondersteunen deze ontwikkeling al sinds lange tijd, die ook door steeds meer boerenorganisatie en kleine producenten in ontwikkelingslanden wordt opgevolgd. Maar het gaat nog niet snel genoeg. Overheden, donoren en bedrijven moeten meer doen: onderzoek, voorlichting en gerichte financieringen en investeringen. De agro-industie staat nog niet zo te popelen om te investeren in ecologische landbouw. Dat is jammer, want de agrarische industrie kan een belangrijke impuls geven aan deze &amp;nbsp;&amp;lsquo;ecologische revolutie' van de 21ste eeuw en op de iets langere termijn zal het ook voor haar economisch duurzame perspectieven bieden.&lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;ICCO heeft veel ervaring met het ondersteunen van ecologische landbouw in landen zoals &amp;nbsp;Brazili&amp;euml;, Peru en Paraguay. De uitdaging daarbij is om de producten van boeren op lokale en regionale markten te krijgen, zodat de boeren hun omzet kunnen vergroten en koopkracht verbeteren. Door samen te werken met co&amp;ouml;peraties, overheden en bedrijven ziet ICCO volop kansen om de duurzame &amp;nbsp;ecologische landbouw meer marktgericht te maken en op te schalen. De Verenigde Naties erkent nu dat het oplossen van het wereldvoedselvraagstuk in het Zuiden begint met een duidelijke keuze voor ecologisch duurzame regionale voedselsystemen. We zijn benieuwd of het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Landbouw Beleid ook die kant opgaat. &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/244</link>
      <pubDate>Wed, 23 Mar 2011 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>244</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Zaken doen:  alleen ga je harder, samen kom je verder</title>
      <description>&lt;p&gt;De beelden van het Tahrir plein dringen zich aan me op en misschien nog wel meer het commentaar van de journalist: &amp;lsquo;&lt;em&gt;Jarenlang zijn we in het Westen verblind geweest door onze jacht op de islam terroristen. We weten nauwelijks wat zich intern in Egypte heeft afgespeeld. De maatschappelijke ontwikkelingen hebben we niet gevolgd. We deden zaken, we keken naar de terroristen en naar Moebarak en dat was het...&lt;/em&gt;'. En nu blijkt dat de vakbonden een grote rol spelen bij de democratiseringsbeweging.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Staatssecretaris Knapen van Ontwikkelingssamenwerking wil meer aan de markt overlaten. Hij wil Nederlandse bedrijven meer betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Het bedrijfsleven heeft er oren naar: &amp;lsquo;&lt;em&gt;Je bent gek als je niet in Afrika investeert', &lt;/em&gt;kopte een artikel in Trouw vorige week. Knapen sprak erover met voorzitter Wientjes van VNO-NCW. Overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen. Aan Wientjes wordt gevraagd: &amp;lsquo;Kan je eigenlijk wel geld verdienen aan ontwikkelingssamenwerking?'. &amp;lsquo;Natuurlijk', zegt Wientjes, &amp;lsquo;elk bedrijf m&amp;oacute;et geld verdienen, winst is continu&amp;iuml;teit'. &amp;lsquo;Bedrijven in ontwikkelingslanden hebben een eigen belang om winst te maken met hun producten en tegelijkertijd leiden die producten in de Derde Wereld tot ontwikkeling'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar is dat zo? Leidt meer zaken doen automatisch tot ontwikkeling? En als dat zo is, waarom heeft dan de handel met Afrika dan niet eerder die verwachte ontwikkeling gebracht? Het geld gemoeid met handel met ontwikkelingslanden is nog altijd honderden malen zoveel als het budget van ontwikkelingssamenwerking. Handel helpt niet automatisch. Aanleg van wegen naar belastingvrije zones, die niet het lokale wegennet meeneemt voor de omringende dorpen, is een gemiste kans. Nieuwe grootschalige plantages die het water onttrekken uit een groot gebied, is voer voor conflict. Naaiateliers met beroerde arbeidsomstandigheden en lange werkdagen maakt de situatie er slechter op. Werken in de mijnbouw zonder respect voor mensenrechten is een moderne vorm van slavernij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom gaat het in Brazili&amp;euml; wel goed? Niet alleen omdat Lula de grote industrie haar rol op de markt liet spelen. Nee, Lula zette tegelijkertijd in op het midden- en kleinbedrijf, de gezinslandbouw, op landeigendom voor landlozen, op belasting- en anti-corruptiemaatregelen, op de lokale overheid en op de samenwerking met organisaties van ondernemers, boeren, vrouwen, vuilnisrapers, mensenrechten en vakbonden. Maatschappijopbouw is de basis voor ontwikkeling. Grote bedrijven spelen een rol, maar zij kunnen het niet in hun eentje als je doel economische ontwikkeling en armoedebestrijding is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ontwikkelingssamenwerking moet anders, meer gericht op economische ontwikkeling en &amp;lsquo;de deuren moeten open', samen met de ondernemer op een zakelijke manier resultaten behalen. Zeker. Maar bedrijven moeten zelf ook anders opereren en de bedrijfspoorten openen voor transparantie, ketenverantwoordelijkheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid. &amp;nbsp;Bedrijven vermaatschappelijken en de maatschappelijke organisaties verzakelijken. Bedrijven zijn goed in een product afleveren dat de klant wil en doen dat op een effici&amp;euml;nte en slagvaardige wijze. Maatschappelijke organisaties hebben verstand van ontwikkeling: van interculturele communicatie, van aansluiten bij lokale politieke structuren, van land- en gebruiksrechten voor bosbewoners, van het organiseren van katoenproducenten, van eerlijke handel, van consumenten die geen geld hebben om iets op een markt te kopen, van investeren in de economische ontwikkeling van een hele vallei. De ervaring van Brazili&amp;euml; en andere landen - ook ons eigen land - leert dat maatschappijopbouw de basis is voor ontwikkeling. Grote bedrijven in arme landen hun gang laat gaan is onvoldoende. Vruchtbaarder en effectiever is het sluiten van de keten tussen grote, kleine bedrijven, overheden en ngo's.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wientjes zei: &amp;lsquo;&lt;em&gt;Er was een waas om ontwikkelingssamenwerking heen - een diepe tegenstelling tussen non-gouvernementele organisaties, overheden die geld verdelen en ondernemend Nederland. Dat is voorbij, waarom niet samenwerken?&lt;/em&gt;'. Het Afrikaanse spreekwoord had het al eerder bedacht: &amp;lsquo;alleen ga je harder, samen kom je verder'. Dat is ook waar ICCO voor staat: &amp;lsquo;Samen investeren in ontwikkeling'. En dat is meer dan alleen zaken doen in het buitenland.&lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/243</link>
      <pubDate>Wed, 09 Feb 2011 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>243</guid>
    </item>
    <item>
      <title>2011. Andere tijden, een ander ICCO</title>
      <description>&lt;p&gt;Wat vast lijkt te staan, is dat het&amp;nbsp;oude type ontwikkelingssamenwerking niet meer terug komt. Het geloof in de maakbaarheid van structuren is weg. De overheid treedt verder terug. Het initiatief moet uit de samenleving komen. Voor de rest moet die samenleving zichzelf organiseren. Organisaties, zoals ICCO moeten weer nadrukkelijk steunen op de samenleving. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;ICCO kiest er voor een echte maatschappelijke organisatie te worden. We hadden er al trekjes van, maar de N van niet-gouvernementeel was&amp;nbsp;de laatste tijd vervaagd. Het vizier zal voor het eerst niet meer op Den Haag worden gericht, maar op een sterke verworteling in Nederlandse samenleving, en dan vanouds vooral het protestantse deel. Samen met de leden van de ICCO-alliantie. Het zijn van een maatschappelijke organisatie betekent ook het sluiten van nieuwe verbintenissen met andere spelers in Nederland en het buitenland op het gebied van internationale samenwerking, zoals het bedrijfsleven. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Een maatschappelijke organisatie moet vooral doen waar zij goed in is. ICCO gaat nog meer focussen, passend bij onze identiteit. Allereerst zetten we nog sterker in op het betrekken van sociaaleconomisch zwakke mensen bij productieketens. Economische ontwikkeling levert werk en inkomen op en maakt mensen zelfstandig en zelfredzaam. We vergroten afzetmogelijkheden voor boerenco&amp;ouml;peraties door samen te werken met ondernemende mensen, bedrijven en organisaties in Nederland en in ontwikkelingslanden. De opbouw van een midden- en klein bedrijf is van groot belang voor deze landen. Daarnaast is en blijven vrede en gerechtigheid onderdelen van onze missie. We richten ons op minderheden en geven deze mensen rechten en kansen in de maatschappij. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;De achterliggende visie op ontwikkelingssamenwerking staat recht overeind. Met zeven regiokantoren in de wereld zetten we programma's uit die een verschil maken. Geen losse projecten, maar fundamenteel armoede bestrijden en ontwikkeling los trekken. Niet bedacht vanuit Utrecht, maar op vragen van Regionale Raden en partnerorganisaties. Samen verantwoordelijkheid nemen omdat het om een gezamenlijk belang van een duurzame en rechtvaardige wereld gaat. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;2011 is het begin van een ander ICCO. We hebben een veer moeten laten, maar er valt nog een wereld te winnen en een verschil te maken. Dat is voor ons kairos. &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/240</link>
      <pubDate>Tue, 25 Jan 2011 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>240</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Onrecht bestrijden, ook in Israël en Palestijnse gebieden</title>
      <description>Gisteren had ik een eerste kennismaking met onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, de heer Rosenthal. Dat was meteen een pittig gesprek, zoals de minister ook van tevoren had aangekondigd. Eind november lazen wij in een Israëlische krant dat de minister dit pittige gesprek met ons wilde voeren over onze steun aan de nieuwswebsite Electronic Intifada. De minister had al besloten dat ICCO in “grote problemen” zou komen indien we inderdaad Electronic Intifada zouden steunen voordat hij met ons gesproken had. Merkwaardig, dat de minister op basis van informatie van een Israëlische organisatie zulke ferme taal sprak. Zeker omdat de beschuldigingen die geuit werden niet klopten. Electronic Intifada zou oproepen tot een boycot van Israël. Dat zou volgens de minister indruisen tegen het Nederlands buitenlands beleid. De uitgangspunten van ons beleid en dat van de minister zijn echter hetzelfde: wij streven beide naar een duurzame vrede op basis van het internationaal recht. Waar we in verschillen is op welke wijze wij de strijdende partijen ertoe kunnen bewegen plaats te nemen aan de onderhandelingstafel om daadwerkelijk concessies te doen. Na het optimisme van de Oslo-akkoorden in de jaren negentig, is er nu al jarenlang sprake van een impasse. Ondertussen bouwt Israël echter rustig verder op de Westelijke Jordaanoever, waardoor een levensvatbare Palestijnse staat steeds meer een utopie wordt. Wij geloven dat druk op Israel, de enige manier is deze bouwlust te temperen en zo duurzame en rechtvaardige vrede te bereiken.ICCO steunt tientallen partners in het Midden-Oosten, zowel in Israël als in de bezette Palestijnse gebieden, humanitaire als vredes- en mensenrechtenorganisaties. Veel van deze partners, vrijwel alle Palestijnse en ook een aantal Israëlische, roepen sinds 2005 op tot boycot, desinvestering en sancties van Israël als bezetter, totdat Israël zich houdt aan het internationaal recht en de mensenrechten. Dit hebben zij niet lichtzinnig gedaan. Hier is een jarenlang intens debat aan vooraf gegaan. De uitzichtloosheid van de huidige situatie en de onwil van Israël om stappen te zetten richting een rechtvaardige en duurzame vrede, heeft hen ertoe gebracht in 2005 dit zware middel in te zetten. Het is de ultieme vorm van vreedzaam verzet, het enige machtsmiddel dat het Palestijnse volk nog heeft. Electronic Intifada heeft deze ‘call’ niet ondertekend, maar bericht als nieuwssite wel over de brede beweging die niet alleen in Israël en de Palestijnse gebieden, maar wereldwijd is ontstaan sinds 2005. ICCO zelf heeft de ‘call’ ook niet ondertekend maar spoort bijvoorbeeld wel actief bedrijven aan te desinvesteren uit de bezetting en om producten uit nederzettingen te boycotten. Wij vinden het onrechtvaardig en onverantwoordelijk dat bedrijven verdienen aan de bezetting die zoveel menselijk leed veroorzaakt.Volgende week bezoek ik zelf voor het eerst dit zo hevig betwiste stukje aarde. Ik ben 1 november begonnen bij ICCO, maar het is me snel duidelijk geworden hoe bepalend dit dossier is voor onze organisatie. Want hoewel het slechts 3% betreft van onze financiële middelen, en wij overal in de wereld onrecht en armoede bestrijden, lijkt het wel alsof de politiek in Nederland ons vooral op dit dossier wil beoordelen. Dat is jammer, want ICCO werkt met honderden organisaties die zich allemaal met hart en ziel strijden tegen armoede en onrecht overal in de wereld. Het zou fijn zijn om eens een pittig gesprek met onze minister te voeren, over hoe het Nederlands buitenlands beleid zou kunnen bijdragen aan die strijd tegen armoede en onrecht. Wellicht dat we dan wel nader tot elkaar kunnen komen.14 januari</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/241</link>
      <pubDate>Fri, 14 Jan 2011 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>241</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Cancun mag geen Kopenhagen worden </title>
      <description>&lt;p&gt;In het Mexicaanse Cancun staat tot 10 december het wereldwijde klimaat op de agenda. Landen onderhandelen over teksten, die aan het einde van de conferentie ministers ondertekenen en mee naar huis nemen. Het is al weer 16&lt;sup&gt;e&lt;/sup&gt; keer dat landen onder de paraplu van de Verenigde Naties zich buigen over de bestrijding van de klimaatverandering. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is tot nu toe &amp;eacute;&amp;eacute;n bindend verdrag getekend, het Kyoto verdrag. De doelstellingen daarvan worden niet gehaald door de meeste ondertekenaars, en ze zijn ook nog eens onvoldoende om beneden de temperatuurstijging van 2 graden te blijven. Kyoto loopt af in 2012, de tijd dringt voor een opvolger. Komt er een post-Kyoto verdrag of wordt Kyoto ondergebracht in een alles en voor iedereen (landen) omvattend en bindend internationaal klimaatakkoord? Het tweede verdient de voorkeur. E&amp;eacute;n verdrag met ontwikkelde, opkomende en ontwikkelingslanden aan boord, is beter dan twee. In Kopenhagen kwam het nog niet tot stand en ook Cancun komt te vroeg. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We herinneren Kopenhagen nog goed. Hopenhagen heette de Deense hoofdstad in die dagen. Hooggespannen verwachtingen, regeringsleiders die op het allerlaatste moment invliegen om een mislukte conferentie te voorkomen of misschien wel te bewerkstellingen, wie zal het zeggen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De ontwikkelingslanden en -organisaties maakten in Kopenhagen wel een vuist. Beter geen klimaatverdrag dan een slecht verdrag was hun houding. Afrika draagt slechts voor 3% bij aan de mondiale emissies van broeikasgassen. Toch wordt het continent volgens het klimaatpanel (IPCC) zeer zwaar getroffen. De landbouwproductie zou in sommige landen kunnen dalen tot wel 50% in 2020. En als de temperatuur boven de 2 graden uitkomt, kunnen 600 miljoen mensen extra worden geconfronteerd met honger, epidemie&amp;euml;n en door muggen overgebrachte ziekten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nobelprijswinnaar Desmond Tutu ziet het zo: &amp;quot;Adaptatie is een sociaal eufemisme voor sociale onrechtvaardigheid op wereldschaal. Terwijl burgers van de rijke wereld beschermd zijn tegen schade, worden de armen, de kwetsbaren en de hongerigen in hun dagelijks leven blootgesteld aan de harde realiteit van klimaatverandering. Bot gesteld: een probleem dat ze niet veroorzaakt hebben, schaadt de arme van de wereld.&amp;quot;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op vrijwillige basis ondertekenden honderd landen op de laatste dag in Kopenhagen het &amp;lsquo;Kopenhagen Akkoord'. De limiet van 2 graden staat erin. Ze riepen elkaar op toezeggingen te doen voor het reduceren van hun CO2-uitstoot. Deze toezeggingen, meer zijn het nog niet, leiden opgeteld tot CO2-reductie van 10 - 15% in 2020 ten opzichte van 1990; 30 - 40% is nodig om de opwarming van de aarde onder de 2 graden te houden. De Europese Unie kiest voor 20% en wil naar 30% als andere landen dat ook doen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nederland toonde in Kopenhagen nog ambitie, maar het nieuwe kabinet heeft de reductiedoelstelling naar beneden bijgesteld, van 30% naar 20%. Het kabinet Rutte heeft daarnaast voor 2010 - 2012 300 miljoen ingelegd in een klimaatfonds voor energiebesparende maatregelen en aanpassingen. Een fiks bedrag, maar de schijn bedriegt. Het geld gaat ten koste van ontwikkelingsprogramma's en komt uit het budget van Ontwikkelingssamenwerking. Het is geen extra geld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Cancun moet o.a. onderhandeld worden over het vullen van het klimaatfonds voor de langere termijn. Volgens berekeningen van de Wereldbank is hier vanaf 2015 jaarlijks 100 miljard dollar voor nodig. De wijze van financieren door overheden en bedrijven staat nog niet vast. &amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Cancun is verder weg dan Kopenhagen. Is dat de reden dat de klimaatconferentie zo weinig aandacht krijgt? Of komt het door de deuk die het IPCC afgelopen jaar heeft opgelopen door enkele fouten in haar rapporten. Na zeven onafhankelijke evaluaties is het IPCC grotendeels gerehabiliteerd en staat de hoofdconclusie nog recht overeind: ons klimaat wordt aangetast door de uitstoot van broeikasgassen van menselijke handelen. Daar is veel wetenschappelijk bewijs voor. Laten we er dan ook naar handelen en onze verantwoordelijkheid niet doorschuiven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Landen hebben een morele verplichting om Cancun niet te laten mislukken. In Cancun hoeft het internationale klimaatverdrag nog niet het eindresultaat te zijn, er moet wel een stevige basis worden gelegd en de route uitgezet naar de volgende conferentie volgend jaar in Durban, Zuid Afrika. Van die route afwijken zou desastreus zijn. Als er een gemeenschappelijk goed is waar niemand op de wereld eigen rechter mee kan spelen dan is het wel ons klimaat. &lt;/p&gt;Lees meer op &lt;a href="http://www.fairclimate.nl/"&gt;http://www.fairclimate.nl/&lt;/a&gt; en &lt;a href="http://www.climatejusticeonline.org/"&gt;http://www.climatejusticeonline.org/&lt;/a&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/238</link>
      <pubDate>Mon, 29 Nov 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>238</guid>
    </item>
    <item>
      <title>D-Day in Den Haag</title>
      <description>&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Maandag 1 november was mijn eerste werkdag bij ICCO. Die zal ik niet snel vergeten. De hele dag heerste er al een onwerkelijke stilte in de kantoorgangen. Iedereen was in afwachting van het tijdstip van 16.00 uur waarop bekend zou worden hoeveel subsidie ICCO en de alliantieleden de komende vijf jaren van de overheid zouden ontvangen voor hun internationale programma's. Decision Day in Den Haag. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Nou, ik kan u vertellen, er zijn andere omstandigheden denkbaar om in een nieuwe baan te starten. Vorige week werkte ik nog bij TNO Zorg en Bouw en dan hoop je dat je enkele weken de tijd krijgt om in te werken. Hoe anders is het verlopen. Op D-Day werd bekend dat ICCO de komende vijf jaar jaarlijks &amp;nbsp;&amp;euro; 76 miljoen van de overheid ontvangt. Ten opzichte&amp;nbsp; van de vorige periode een absolute teruggang van &amp;euro; 54 miljoen! &amp;nbsp;De alliantie is teleurgesteld, verbaasd ook. Deze substanti&amp;euml;le teruggang van inkomsten gaat ten koste van veel projecten en duizenden mensen in arme landen. Hadden we dit moeten voorkomen, zagen we het aankomen? &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Voorkomen? Moeilijk, uiteindelijk beslist de politiek toch. Maar als ICCO moeten we ook de hand in eigen boezem durven steken. Ik denk dan aan twee dingen. Ten eerste hebben we ons in de afgelopen decennia te afhankelijk gemaakt van de Haagse politiek. We groeiden mee met de economische groei. De laatste jaren wordt ons werk via de alliantie ook steeds meer door particuliere organisaties en bedrijven gesteund. Dat wel, maar de overheid lijkt de banden nu sneller te willen doorsnijden. Staatssecretaris Knapen wil de N van niet-gouvernementeel meer terug zien in de organisaties. ICCO ondersteunt dit principe, maar vindt ook dat de overheid de complementaire rol van particuliere organisaties op haar eigen beleid moet erkennen en ze daarom ook moet steunen en vrijheid moet geven omdat uit te voeren. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Ten tweede heeft de sector te lang de indruk gewekt dat zij het karwei van de armoede in de wereld in haar eentje zou kunnen aanpakken. We hebben de verwachtingen van ontwikkelingssamenwerking niet goed gemanaged, waardoor de criticasters alle ruimte hebben gekregen om de vermeende ineffectiviteit uit te vergroten. Ik zeg bewust vermeend. Er mislukken projecten, maar het negatieve beeld dat is ontstaan klopt niet. ICCO heeft met zijn vernieuwing de afgelopen jaren een omslag gemaakt naar meer samenwerking, realisme en direct aansluiten bij de behoeften van de mensen in het Zuiden. We hadden gehoopt op meer financi&amp;euml;le waardering daarvoor. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Zagen we het aankomen? Ja, het zat er aan te komen. Sinds anderhalf jaar zitten ontwikkelingsorganisaties in het defensief. Ze werden zo'n beetje als de laatste &amp;lsquo;heilige huisjes' in Nederland aangevallen. En gecombineerd met de financi&amp;euml;le crisis werd het als redelijk gezien dat ook deze sector bijdraagt aan bezuinigingen. Akkoord, maar het is dan wel weer de politiek die bepaalt hoeveel, hoe snel en waar er bezuinigd moet worden. Ik vind dat arme mensen in ontwikkelingslanden disproportioneel moeten bijdragen. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&lt;br /&gt;Het nieuwe kabinet laat zich in haar keuzes te veel leiden door internationale samenwerking te zien als een kostenpost. De begroting wordt ook nog eens vervuild met andere, niet ontwikkelingsgerichte activiteiten. Maar Nederland heeft er met een economie die voor 70% draait op internationale samenwerking en handel ook een eigen belang bij een stukje van haar welvaart te investeren, niet alleen in bedrijven, maar ook in samenlevingsopbouw. Nog afgezien dat het onacceptabel en onnodig is dat in onze wereld mensen in mensonwaardige armoede moeten leven. &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Hoe nu verder? Eerst moeten er wonden worden gelikt. In de programma's en in de organisatie. Pijnlijk. Daarna gaan we verder op de al ingeslagen weg van vernieuwing en andere inkomstenbronnen.&amp;nbsp;Met onze regiokantoren en partnerorganisaties in het Zuiden werken aan fantastische programma's op het gebied van economische ontwikkeling, basisbehoeften en democratisering.&amp;nbsp;Partnerships aangaan met bedrijven, instellingen en personen die geen genoegen nemen met de ongelijkheid in de wereld en een rol voor Nederland en zichzelf weggelegd zien. We geloven in onze missie. D-day Den Haag is voor ICCO en de alliantie geen dag om bij de pakken neer te gaan zitten. Die D staat wat mij betreft ook voor Doorzetten en Doorgaan. ICCO en de alliantie kunnen nog steeds een verschil maken voor kwetsbare mensen in arme landen &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;&lt;p&gt;Tot slot. Excuus Jack, ik had deze column moeten beginnen met een dankwoord aan jou, maar de actualiteit gebood mij de volgorde aan te passen. Tien jaar trok jij de kar en heeft ICCO zich gereed gemaakt voor de toekomst. Op deze plek luchtte je je hart over het reilen en zeilen in het wereldje. Daar gaan we mee door. Anders, maar niet minder betrokken of scherp. &lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/166</link>
      <pubDate>Thu, 04 Nov 2010 00:00:00 +0100</pubDate>
      <guid>166</guid>
    </item>
    <item>
      <title>Henk Hofland, Martin Simek schrijven column voor Jack van Ham</title>
      <description>&lt;p&gt;LIEVE WERELDVERBETERAAR, &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de afgelopen drie jaar schreef Jack van Ham zo'n zestig columns die werden geplaatst op de website van ICCO. Ook verschenen columns in het ICCO Magazine.&amp;nbsp; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ter gelegenheid van zijn afscheid van ICCO zijn veertien bekende Nederlandse columnisten voor Jack in de pen geklommen. De opdracht was: schrijf een column over wat wij Nederlanders kunnen doen voor de rest van de wereld.&amp;nbsp; De titel van de column van Martin Simek is ook de titel van het boekje geworden: &amp;lsquo;Lieve Wereldverbeteraar, . &amp;nbsp;De andere auteurs zijn: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Henk Hofland, &lt;br /&gt;Naema Tahir, &lt;br /&gt;Bettine Vriesekoop, &lt;br /&gt;Femke van Zeijl, &lt;br /&gt;Arend Jan Boekesteijn, &lt;br /&gt;Hadjar Benmiloud, &lt;br /&gt;Hans Visser, &lt;br /&gt;Sander de Kramer, &lt;br /&gt;Pieter Hilhorst, &lt;br /&gt;Marcia Luyten, &lt;br /&gt;Sanne Terlingen, &lt;br /&gt;Stephan Sanders en Fr&amp;egrave;nk van der Linden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jack van Ham's laatste column in dienst van ICCO is ook in de bundel opgenomen.&amp;nbsp; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;LIEVE WERELDVERBETERAAR, is een coproductie van Global Village Media en ICCO.&amp;nbsp; Het boekje&amp;nbsp;is&amp;nbsp;uitgegeven door Lemniscaat. ICCO heeft een aantal exemplaren ingekocht. U kunt het boekje (15 columns, 94 pagina's) tegen de aantrekkelijke ICCO-prijs van &amp;euro; 5,- (inclusief porto en verzendkosten) bestellen via een mail naar &lt;a href="mailto:info@icco.nl"&gt;info@icco.nl&lt;/a&gt; ovv Lieve Wereldverbeteraar, max. 2 ex. per bestelling &lt;/p&gt;&lt;p&gt;&amp;nbsp;&lt;/p&gt;</description>
      <link>http://www.icco.nl/nl/actueel/column-marinus-verweij/165</link>
      <pubDate>Wed, 27 Oct 2010 00:00:00 +0200</pubDate>
      <guid>165</guid>
    </item>
  </channel>
</rss>

