Richtlijnen over landrechten zijn ‘goed begin’

Investeerder op zoek naar nieuw te kopen of leasen grondgebied op het zuidelijk halfrond. Prima, zullen veel mensen denken. Meer investeringen, dus meer werkgelegenheid en economische groei voor ontwikkelingslanden. Toch is het tegendeel vaak waar. Daarom initieerde de VN Food and Agricultural Organization (FAO) de zogenaamde Voluntary Guidelines on the Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the context of National Food Security. De richtlijnen zijn bedoeld als leidraad voor het verbeteren van rechten ten aanzien van land, visserij en bosbouw met het streven voedselzekerheid voor iedereen te garanderen. Maar wat betekenen de richtlijnen in de praktijk? Vijf vragen aan Stineke Oenema, voedselzekerheidspecialist.

Overheden in ontwikkelingslanden verkopen grond aan grote bedrijven, een trend die sinds 2008 definitief doorzet. Waarom is de grootschalige aankoop van land omstreden?
“Land dat in handen komt van bijvoorbeeld bedrijven is niet meer toegankelijk voor de oorspronkelijke gebruikers. Zij verliezen daarmee vaak hun broodwinning, doordat ze geen voedsel meer kunnen verbouwen. Of geen toegang meer hebben tot water (bijvoorbeeld voor irrigatie). Daar komt bij dat de oorspronkelijke gebruikers niet of onvoldoende gecompenseerd worden voor hun verlies aan grond of gebruik van de grond. Het gaat vaak in de eerste fase al mis, wanneer gebruikers of bewoners niet of nauwelijks op de hoogte worden gesteld van de ophanden zijn ‘onteigening’. Ze kunnen daar dus geen bezwaar tegen maken, laat staan inspraak hebben.”

De Voluntary Guidelines gaan de geschiedenis in als de eerste internationale overeenkomst rond het beheer van rechten over land, visserij en bosbouw. Hoe kunnen deze richtlijnen bijdragen aan voedselzekerheid?
“De richtlijnen beogen meer duidelijkheid te verschaffen over het beheer en gebruik van land. Dit geeft meer zekerheid aan de gebruikers. Hierdoor kunnen boeren en boerinnen hun landgebruik beter plannen en investeringen doen. Gevolg is dat land beter wordt benut en meer zal opbrengen, ofwel direct in voedselproducten, of wel in commerciële producten die inkomsten kunnen genereren. Beide aspecten zijn belangrijk voor voedselzekerheid.”

Wat doet ICCO op gebied van landbeheer?
Landconflicten zijn uiterst complex. Helaas is het niet zo dat eigendomspapieren altijd alles oplossen en/of landonteigening voorkomt. Juist dan kan het sneller gaan, omdat mensen met papieren in staat zijn hun grond te verkopen als ze schulden hebben. Soms blijft land in bezit van producenten, maar zitten ze wel helemaal onder de plak van derden. Landconflicten zijn symptoom van onderliggende economische en politieke machtsverhoudingen.

Successen in het veilig stellen van land voor producenten zijn bijna nooit spectaculair, maar wel belangrijk. Duurzaamheid moet bevochten blijven worden. Een goede strategie is en blijft om landrechten en eigendomspapieren te regelen. Dat doet ICCO ook in haar programma’s. Maar we moeten niet verbaasd zijn als het niet altijd werkt. De tegenkrachten zijn groot.

Een voorbeeld van een organisatie die actief is op het gebied van landrechten en - eigendom is Fundacion Tierra in Bolivia. In 2011 zijn van 69 gemeenschappen de grondverhoudingen intern geregeld met formele erkenning van INRA, overheidsinstituut. Het betreft 6.834 families en 109.738 hectare. Een totaal van 61 gemeenschappen (5.883 families, 97.654 hectare) was in 2011 in proces van dergelijke regeling. In totaal zijn in 2011 van 10.755 personen de eigendomsrechten geregeld; 6.881 personen hebben rechtshulp gekregen m.b.t. grondkwesties; en zijn van 3.309 personen de persoonlijke documenten in orde gebracht.

Heeft ICCO een rol gespeeld in de ontwikkeling van de Voluntary Guidelines (VG) die de VN Food and Agricultural Organizationis (FAO) en haar partners hebben ontwikkeld?
“We waren in een vroeg stadium betrokken bij het opstellen van de strategie vanuit maatschappelijke organisaties. Dit deden we in samenwerking met onze strategische partner FIAN International. Ook hebben we als ICCO gezorgd dat andere maatschappelijke organisaties in contact kwamen met belangrijke beleidsmakers in dit proces, zoals EU-beleidsmakers. De strategie heeft geleid tot een goed gecoördineerde onderhandeling vanuit de maatschappelijke organisaties en uiteindelijke tot adoptie van de richtlijnen.”

Wat verwacht ICCO van de richtlijnen, aangezien ze vrijwillig zijn?
“De richtlijnen zijn het resultaat van een jarenlange discussie tussen overheden en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Ze bevestigen de fundamentele beginselen van de mensenrechten, zoals de menselijke waardigheid, non-discriminatie, gelijkheid en rechtvaardigheid. Overheden die hebben getekend staan achter de tekst. De richtlijnen zijn weliswaar vrijwillig, maar er is over onderhandeld alsof ze zeer bindend zijn. Er is ‘morele druk’ gemobiliseerd.

Hoe meer invulling aan rechten wordt gegeven in andere verdragen dan simpelweg de VN-verdragen uit 1966 over Economische, Sociale en Culturele mensenrechten, hoe gemakkelijker het wordt voor rechthebbenden om rechten te claimen en hoe moeilijker het wordt voor overheden om zich te drukken. Dus dan is goed dat de Voluntary Guidelines er zijn.

Maar de richtlijnen schieten te kort als het gaat om essentiële zaken rondom levensonderhoud van kleinschalige voedselproducenten. Geen toegang tot land en water betekent voedselonzekerheid. Daar komen schending van mensenrechten en aantasting van het milieu nog eens bovenop. De richtlijnen zijn een goed begin, maar we zijn er nog niet. Overheden en bedrijven zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de richtlijnen daadwerkelijk gaan toepassen. Voor maatschappelijke organisaties ligt een belangrijke taak hierop toe te zien en misstanden aan de kaak te stellen. ”

Fotobijschrift: Meer dan 5.000 Filipijnse boeren lopen in protest-mars vanuit Bacolod City naar president Aquino om aan te dringen op een eerlijke verdeling van 1,093 miljoen hectare land aan landloze boeren. De boeren willen ook dat er agrarische hervormingen worden doorgevoerd. Van deze groep zullen 200 boeren optrekken tot de stad Malacañang op 10 juni 2012. De protest-mars is georganiseerd door ICCO-partner TFM.