In dit blog legt Piet Posthuma uit hoe je het maximale uit de economie kunt halen. In gezamenlijkheid en met respect voor mens en milieu, dat wel.
,,Daardoor is de hele samenleving van karakter veranderd: van een samenleving die een markteconomie hád, is zij zelf een ‘marktsamenleving’ geworden, waarin marktwaarden vrijwel het hele menselijke leven en streven zijn gaan beheersen, vaak zonder dat we het beseffen.”
Dit citaat komt uit het boek Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking, van de politiek filosoof Michael J. Sandel. De vrije markt die steeds verder is binnengedrongen in maatschappelijke domeinen waar zij vroeger buiten stond, is, kort gezegd, de ontwikkeling die Sandel met zijn boek ter discussie wil stellen. Zelfs de dood wordt vermarkt.
Ik herinner me een soortgelijke quote uit een zeer boeiend onderzoek van de Carnegy Trust naar het Maatschappelijk Middenveld richting 2025 in het Verenigd Koninkrijk en Ierland: “het probleem is we leven in een economie, niet in een samenleving” (‘the problem is we live in an economy not a society’) uit: Making Good Society.
En er is meer. Nu ik begin te schrijven schieten de quotes te binnen. Als specialist democratisering en civil society denk ik hier al langer over na. Gedachten die hier nu herkenning vinden in recente woorden van anderen. Een bepaald soort economie die steeds meer de samenleving doordringt en die de politiek gaat overheersen in deze 21e eeuw: politici die met zorg kijken naar de kredietwaardigheid van hun land in de ogen van de grote investeerders! Een samenleving en maatschappelijk middenveld nog zonder antwoorden op deze ontwikkelingen. ,,It’s the economy, stupid” verkondigde de campagne van Bill Clinton in 1992.
Geen morele antenne
Marktgestuurde ontwikkelingen dus, maar wie stuurt nog de markt? Hoe voorkomen we in de toekomst al die crises die ons wereldwijd overspoelen: financieel, economisch, klimaat, voedsel, milieu? Crises waar vooral de armen en uitgesloten mensen al de dupe van worden! Marktwerking schiet hier tekort.
Voor de duidelijkheid: niets tegen de markt. Integendeel. De markt is één van de belangrijke instrumenten voor het helpen optimaliseren van groei en ontwikkeling. Maar een markt kan geen richting geven aan een samenleving. Een markt heeft geen morele antenne. Die moet zij van buiten krijgen. Van de samenleving in alle diversiteit.
Toen de economie nog (staats-)huishoudkunde heette, klonk er meer het besef in door van de impliciete norm van het goed beheer van een gemeenschap, een huishouden, een samenleving, een staat. In de neoliberale koers die de wereld afgelopen decennia is ingeslagen is dit besef zeer zeker niet maatgevend geweest. Recht en sociale ontwikkeling waren geen kenmerken van groei, maar hooguit een gevolg van groei. Zij werden daarmee van een investering een uitgavenpost, iets wat kost maar niet oplevert. Dat heeft zowel de markt als de samenleving geen goed gedaan. Groei was vooral meer, niet beter.
De markt moet gestuurd worden wil zij optimaal kunnen bijdragen aan een weerbare samenleving. De politiek leek dit terrein al te hebben opgegeven en waste haar handen in onschuld. Marktwerking was het willig adagium van de afgelopen decennia: de markt zou beter doen wat de politiek niet meer kon of wilde. Zie het openbaar vervoer als leerzaam voorbeeld. Er lijkt gelukkig weer een kentering aan te komen – er worden vanuit de politiek voorzichtig vragen bij deze ontwikkeling gesteld! - maar het is nog veel te vroeg om hier de hoop op te vestigen. Misschien is al teveel ontwricht?
Goed ondernemerschap
Wie stuurt dus de markt? De verantwoordelijkheid lijkt in ieder geval ook sterker te komen liggen bij de samenleving en het georganiseerde deel hiervan: het maatschappelijk middenveld. Althans, zo ervaar ik het. En ik vind dat een goede ontwikkeling! Vanuit een autonome, georganiseerde en ongeorganiseerde samenleving komt toch steeds weer de vernieuwing op basis van waardengestuurde prikkels! Fair Trade, groene economie, microkrediet fondsen, modellen voor mensenrechtenbescherming…
Veel initiatieven zijn kleinschalig ontstaan, na veel uitproberen en vaak ook tegenwerking. Het is mooi om te zien hoe dergelijke initiatieven een hoge vlucht nemen als bedrijven en overheden zich hier vervolgens achter scharen: we hebben elkaar hard nodig! En het is ook hoopvol dat steeds meer actoren op de markt zelf hun maatschappelijke rollen willen versterken! Dat maakt vernieuwende en inspirerende vormen van samenwerking mogelijk. Goed ondernemerschap is goud waard. Op de markt, en daarbuiten! Mensen die hun nek durven uitsteken voor recht en vrede en inclusieve ontwikkeling.
Ondernemende vernieuwer
Ook ICCO is hard bezig haar rol als maatschappelijke organisatie in dit veranderende landschap te versterken. De organisatie wil een ondernemende vernieuwer worden. De kracht van de georganiseerde en ongeorganiseerde samenleving op het gebied van experimenteren, vernieuwen en sturen wordt gekoppeld aan een instelling van kansen durven pakken, alleen, maar liefst samen met anderen: maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven. Grensoverschrijdend en grenzen stellend.
Het moreel kompas is hierbij het meest belangrijke sturingsinstrument. Wij staan in een traditie die ons voedt vanuit een open en uitnodigende houding die niemand uitsluit. De woorden oecumene, economie en ecologie houden verband met elkaar. Aan ons de taak ze niet uit elkaar te laten groeien. Alleen dan dragen wij samen met onze partners een steentje bij aan de richting van onze samenleving en van de samenlevingen overzee. Pas dan halen wij uit de economie wat er in zit en wat alleen in gezamenlijkheid eruit komt. In ons werken en in onze visie is gerechtigheid een kenmerk van groei en niet iets wat pas na de groei komt.
Economie moet gaan om het rechte beheer van de menselijke samenleving (oecumene in brede zin) op en met de aarde (ecologie), de inclusieve huishouding van al wat leeft. Geen wereld waar de één huishoudt ten koste van de ander, maar een aarde waar iedereen zich op en van alle markten thuis kan voelen.