Veertig jaar ICCO:
Ondernemende mensen maken het verschil!


Veertig jaar geleden werd ICCO opgericht door Jo Verkuyl, een zeer ondernemend iemand die vanuit zijn protestants-christelijke overtuiging vond dat armoede en onrecht in een wereld als de onze geen bestaansrecht mocht hebben. Hij vond dat mensen in het zuiden een kans moesten hebben zichzelf te ontworstelen aan armoede en onrecht. Met medefinanciering van de Nederlandse overheid kon ICCO hen daarbij helpen.

Terugkijkend lijkt er weinig reden tot feest. Armoede en onrecht zijn immers allesbehalve opgelost. In een groot deel van de wereld is er nog steeds sprake van rechteloosheid. Veel mensen ontberen de meest elementaire levensbehoeften, waarbij zowel vrouwen als mannen te weinig perspectief hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Arme landen gaan gebukt onder de HIV/AIDS epidemie, oorlogen en conflicten, natuurrampen zoals de zeebeving in Azië, torenhoge schulden en onrechtvaardige handelsafspraken. Met name in landen bezuiden de Sahara stagneert de sociale en economische ontwikkeling.

Toch is er wereldwijd veel bereikt. Tussen 1990 en 2000 daalde de sterfte van kinderen onder de vijf wereldwijd met 11 procent en nam de toegang tot schoon drinkwater toe van 77 tot 82 procent. Succesvol was de uitroeiing van polio, terwijl die ziekte begin jaren negentig nog het leven verwoestte van 350 duizend kinderen. Succesvol was ook de strijd voor een democratisch, non-raciaal Zuid-Afrika. En met tastbare microkredieten konden veel mensen zich losmaken uit de armoedespiraal en een eigen bestaan opbouwen.

Veertig jaar inzet heeft ook anderszins veel opgeleverd. Organisaties in het zuiden hebben zich ontwikkeld tot krachtige en zelfbewuste organisaties, die meehelpen in de opbouw van hun samenleving en waar nodig corruptie, slecht bestuur en schending van mensenrechten door hun overheden aanpakken. Voor sommigen is de prijs echter hoog; de moord in 2004 op mensenrechtenactivist Munir, de directeur van ICCO-partner Kontras uit Indonesië maakte dat nog eens duidelijk.

In 2004 bereikten de organisaties die door ICCO ondersteund werden, zo’n 21 miljoen mensen. Voor hen betekende deze steun de kans om toegang te krijgen tot onderwijs, gezondheidszorg, voedsel en water. Voor hen betekende deze steun hoop in soms uitzichtloze conflictsituaties of gaf deze steun de mogelijkheid aan boeren om toegang te krijgen tot nationale en internationale markten en eerlijke prijzen te krijgen voor hun waar.

ICCO beseft goed dat met de omvang van onze resultaten we de wereldwijde problemen van armoede en onrecht niet oplossen. Dat vereist een wereldwijde aanpak. Vijf jaar terug stelden de wereldleiders daartoe de Millenniumdoelen op. Voor 2015 moet de extreme armoede zijn gehalveerd, hebben jongens en meisjes toegang tot basisonderwijs, is de kindersterfte met tweederde teruggedrongen en is de HIV/AIDS-epidemie een halt toegeroepen. Een recent rapport van de Verenigde Naties onderstreept dat deze doelstellingen met betrekkelijk weinig geld daadwerkelijk gehaald kunnen worden, maar dan moeten de westerse landen hun beloftes wel nakomen. Ook op dat vlak is er nog veel te doen.

De ‘viering’ van veertig jaar ICCO markeert een nieuwe fase waarbij niet alleen de omvang telt maar ook de kwaliteit van ontwikkelingssamenwerking. Naast financiele steun hebben partners in het zuiden in toenemende mate behoefte aan gespecialiseerde kennis, aan kontakten met het bedrijfsleven, aan samenwerking op het gebied van beleidsbeïnvloeding. De focus op deze rollen van ICCO wierp in 2004 duidelijk haar vruchten af.

Essentieel echter blijft de niet aflatende energie van mensen in het Zuiden én Noorden om zelf een einde te maken aan armoede en onrecht. Mensen die kansen zien om uit conflicten te komen, kansen zien voor sociale, economische en politieke ontwikkeling. Zij werken aan een breed scala aan initiatieven in het Zuiden en Noorden bij particulieren, kerken, gemeentes en bedrijven. Zij voeren een internationale lobby voor eerlijke handelsovereenkomsten, campagnes tegen vrouwenhandel en laten zien dat er vreedzame wegen uit het conflict mogelijk zijn.

Het zijn die mensen waarmee ICCO samenwerkt, die niet bij de pakken neerzitten, maar zelf in actie komen om zichzelf en hun omgeving te bevrijden van het juk van armoede, conflicten en onrecht. Veertig jaar ICCO leidt ook tot dankbaarheid aan al diegenen die in die veertig jaar hun kracht, geduld en optimisme hebben gegeven: de medewerkers van toen en van nu, de partners van ICCO. Hun geloof in de toekomst, in ondernemende mensen en in de haalbaarheid van ons werk maakt voor velen daadwerkelijk verschil.

Met trots presenteren wij dit jaarverslag waarin de belangrijkste ontwikkelingen in het werk van ICCO en haar partners in 2004 staan. Bijgevoegd vindt u ook het zogenaamde projectenboek van ICCO, met een overzicht van alle goedgekeurde ontwikkelingsprojecten in 2004.

Tineke Lodders-Elfferich, Bestuursvoorzitter ICCO
Jack van Ham, Algemeen directeur ICCO



naar boven
Het ICCO Projectenboek 2004 op internet: http://www.icco.nl/delivery/projectenboek/